Hoeveel draag jij eigenlijk voor anderen?
Sommige vrouwen houden een heel systeem bij elkaar zonder dat iemand het zo noemt. Ze weten wie er even gebeld moet worden. Ze zien dat iemand hulp nodig heeft. Ze organiseren een verjaardag, houden contact met familieleden, zorgen dat dingen gebeuren en springen in wanneer ergens iets blijft liggen.
In een gezin kan dat de moeder zijn die van iedereen weet wat er speelt, terwijl het in een familie de tante kan zijn bij wie iedereen aanklopt. In een buurt of gemeenschap is het vaak een vrouw die mensen bij elkaar brengt en gewoon begint als er iets geregeld moet worden.

Deze week las ik op Resilience een artikel van Vicki Robin over zulke vrouwen. Ze schrijft over een gemeenschap op Whidbey Island in de Verenigde Staten, waar oudere vrouwen al jarenlang een belangrijke rol spelen in allerlei lokale initiatieven. Ze organiseren hulp voor ouderen, ondersteunen mensen met medische kosten, zorgen dat mensen langer thuis kunnen blijven wonen en helpen lokale bedrijven aan financiering.
Robin noemt deze vrouwen matriarchen. Wat mij vooral raakte, was haar beschrijving van hun manier van leidinggeven. Ze staan niet boven de gemeenschap. Ze zien wat nodig is, brengen mensen bij elkaar, zetten iets in beweging en zorgen ervoor dat anderen het later kunnen overnemen.
Dat zette me aan het denken over de rol van vrouwen. Vrouwen dragen ontzettend veel.
Dat zie je ook terug in cijfers. De International Labour Organization beschrijft zorg als een basis waarop gezinnen en gemeenschappen functioneren, en uiteindelijk ook economieën. Wereldwijd wordt nog steeds meer dan driekwart van het onbetaalde zorgwerk door vrouwen gedaan.
Dat gaat over de zorg voor kinderen en oudere ouders, en ook over gewone dingen als boodschappen doen. Het gaat ook over al die minder zichtbare dingen: onthouden, afstemmen, vooruitdenken, aanvoelen wat iemand nodig heeft en zorgen dat relaties onderhouden worden.
Veel daarvan noemen we niet eens werk. We zeggen: zij regelt dat altijd.
Dragen is een kracht
Ik denk dat daar iets wezenlijks van vrouwelijke energie zichtbaar wordt. Het vermogen om samenhang te zien en te voelen wat een mens nodig heeft en wat er in een gezin of groep speelt. Ook het vermogen om verbinding te creëren en leven te ondersteunen.
Dat zijn kwaliteiten die we hard nodig hebben in de wereld die nu ontstaat. We praten bij de Nieuwe Aarde vaak over grote veranderingen in systemen, economie, leiderschap en de manier waarop we met elkaar samenleven.
Maar nieuwe systemen ontstaan uiteindelijk tussen mensen. In gezinnen en buurten, in organisaties en in groepen mensen die besluiten iets anders te gaan doen. Daar spelen vrouwen nu al een enorme rol in.
Alleen zit daar voor mij ook een belangrijke vraag onder. Want dragen kan zo vanzelfsprekend worden dat je jezelf erin kwijtraakt.
Je voelt wat iedereen nodig heeft. Je houdt rekening met de kinderen. Je helpt je ouders. Je vangt iets op voor een collega. Je bent degene die contact onderhoudt.
Ondertussen kan jouw eigen plek steeds kleiner worden. Dan gebruik je een prachtige kwaliteit vooral om het leven van anderen draaiende te houden.
Wie draagt jou?
Misschien is dat wel een van de bewegingen die vrouwen in deze tijd maken. Dat we onze gevoeligheid en ons vermogen om te dragen blijven gebruiken, maar bewuster worden van de plek van waaruit we dat doen.
Je kunt voor je gezin zorgen zonder overal verantwoordelijk voor te zijn en betrokken zijn bij je familie zonder alle spanning op te lossen. Je kunt iets betekenen voor een gemeenschap en tegelijkertijd ruimte houden voor je eigen leven.
Je kunt ook degene zijn die zegt: ik zie dat dit anders kan.
Dat laatste hoort voor mij net zo goed bij vrouwelijke energie. Je kunt zorgen dat het bestaande systeem blijft functioneren én voelen wanneer iets niet meer klopt en mee vormgeven aan wat ervoor in de plaats mag komen.
Misschien begint de Nieuwe Aarde dus veel dichter bij huis dan we soms denken. Dat kan beginnen aan de keukentafel. Je ziet het in de manier waarop taken thuis verdeeld zijn. Het zit ook in hoe jij omgaat met een vriendin die steeds bij jou komt uithuilen.
In een buurt kan het beginnen wanneer iemand het initiatief neemt om mensen weer bij elkaar te brengen. Op je werk kan het betekenen dat jij iets ziet wat niemand anders lijkt te benoemen en besluit je mond open te doen.
Een kleine vraag voor deze week
Kijk eens naar wat jij allemaal draagt. Niet om daar meteen iets aan te veranderen. Gewoon om het eens zichtbaar te maken.
Waar draag je omdat het werkelijk bij je past en je er graag aan bijdraagt?
Waar ben je zo gewend geraakt om degene te zijn die opvangt wat blijft liggen en organiseert wat nodig is, waardoor jij uiteindelijk alles bij elkaar houdt, dat je bijna vergeten bent dat het ook anders kan?
Misschien begint je plek innemen soms gewoon met zien hoeveel plek je al inneemt in het leven van anderen. Daarna kun je voelen hoeveel ruimte jij zelf daarin nodig hebt.
Liefs, Leonie Zoraji
