De Openbaring van Johannes opnieuw bekeken

 

Fragmenten uit het boek 'Eindtijd of overgang?' van Jaap Hiddinga

De visioenen die Jaap Hiddinga beschrijft in zijn boeken geven een zeer helder beeld van het leven op aarde en van wat ons te wachten staat. Enkele passages uit zijn visioen ‘De openbaring van Johannes opnieuw bekeken’ (beschreven in zijn boek ‘Eindtijd of overgang?) hebben we ter verduidelijking van onze boodschap hieronder weergegeven.

Ik zag dat mensen vreselijke ziekten kregen, ontstellende zweren en andere misvormingen. Veel mensen stierven en er was veel leed. Enkelen onder hen baden wanhopig tot een God en vroegen waarom zij dit moesten ondergaan. […] Ik zag dat de mensen deze ziekten kregen omdat zij tegen geestelijke en lichamelijke wetten in leefden en werkten. De ziekten waren het gevolg van verkeerd eten, verkeerde seks, verkeerd omgaan met materialen die zij niet kenden, zoals giftige stoffen en radioactiviteit, maar het waren bovenal ziekten die met opzet door de ene mens werd veroorzaakt om de andere mens uit te roeien. […] Alle problemen werden in werkelijkheid door de onwetende mens zelf veroorzaakt, maar deze ziekten manifesteerden zich slechts binnen kleine groepen op aarde, terwijl andere groepen er geen last van hadden.

De engel sprak: ‘zoals je ziet, is de mensheid verantwoordelijk voor veel problemen en ontstaat er veel leed doordat men veel dingen niet begrijpt en ook tegen goddelijke wetten zondigt. Alle problemen met kwalen, ziekten en de daaropvolgende pijnlijke dood die je op dit moment kent, hoeven niet te bestaan, maar zijn toch in het leven geroepen door de mensheid zelf. […]

Op dat moment werd mijn aandacht getrokken naar een ander beeld: ik zag dode landschappen waarin geen leven voorkwam. Er stonden slechts verbrande boomstronken en het was zwart van roet en de rivieren die erdoorheen liepen stonken en waren rood, geel en bruin van allerlei gifstoffen die erin opgelost waren. Dode vissen dreven op het water en mensen die de vissen opaten werden ziek en stierven. Het land bracht geen eten voort en de mensen hadden honger. […] Ik zag dat de mensen ook in deze situatie zelf de hand hadden gehad. Met geweld werden bodemschatten en mineralen op een eenvoudige manier aan de aarde ontruikt en veel tonnen gif en rook werden daarbij uitgestoten in de atmosfeer en in rivieren. Men dacht er niet aan om dit op te ruimen, want men wilde alles hebben en niet aan de toekomst denken. […]

Mijn aandacht werd nu getrokken door een vreemd gezicht en ik zag dat het landschap van de aarde ‘levend’ was; er waren een lichaam en een gezicht in te herkennen. Het gezicht keek mij verdrietig aan en sprak: ‘Ik ben ziek en ben stervende, maar ik zal trachten het vol te houden totdat de mensheid geleerd heeft dat ik niet slechts een bol ben die in de ruimte zweeft. Ik zal de mensheid niet verlaten totdat mijn tijd gekomen is en mijn Schepper mij beveelt over te gaan naar de geestelijke wereld, maar ik ben erg moe en heb weinig energie meer. Ik ga nu erg spoedig over.’ […]

Mijn aandacht werd nu getrokken door een geheel ander fenomeen en ik zag dat bepaalde delen van de aarde geteisterd werden door overstromingen, regens, stormen, vulkaanuitbarstingen en aardbevingen. Veel mensen ondergingen deze ‘beproevingen’ en velen baden tot hun God om hulp. Veel mensen waren gewond, gedood of werden vermist. In een tweede daaropvolgende beeld zag ik dat deze rampen wel problematisch waren, maar dat ze slechts een uitdrukking waren van de aard van het leven op deze planeet. Er waren geen goddelijke fouten in te herkennen en het geheel was in balans. Ik zag dat de mensen deze rampen zelf nu zo ervoeren, doordat zij niet langer geloofden in de ‘goddelijke’ hand in alles, maar zichzelf en hun ‘onfeilbaarheid’ op de eerste plaats zetten. […]

De engel sprak nu weer en zei: ‘Je hebt nu een aantal beelden gezien die overeenkomen met datgene wat de ziener zeg en neerschreef in het boek Openbaring, maar dat is niet alles zeker niet compleet. Je kunt wel begrijpen dat iemand die dit zag vreselijk onder de indruk moet zijn geweest en dat was dan ook het geval. Toch verwijzen deze beelden niet naar een eindtijd, zoals de mensheid dat denkt, want de mensheid begrijpt het leven in de stof en in de geest zelf niet. God heeft geen straf voor de mensheid in petto en er is niet zoiets als een God die boos is op zijn schepping. Wat de mensheid gedurende vele eeuwen gezaaid heeft, zal zij moeten oogsten; wat komen gaat heeft de mensheid zelf in gang gezet en is geen ‘gramschap’ van god, die slechts liefde, maar niet lief, is.

De engel vervolgde: ‘In de afgelopen eeuwen zijn de mensheid veel rampen overkomen; veel geestelijke lessen waren daarmee verbonden. Het is geen straf van God; deze rampen hebben slechts diegenen getroffen die deze door hun denken en handelen hebben opgeroepen. Je ziet daarom dat kleine groepen mensen of hele volkeren, maar slechts zelden de mensheid als geheel, vele situaties heeft moeten doorstaan. Je mag hieruit ook de conclusie trekken dat, indien je niets te vrezen hebt, je ook niets zal overkomen, want de totale optelsom van je handleen en denken in je ziel over vele eeuwen is nu van belang. Je toekomst ligt in je eigen ziel besloten en dit geldt voor alle mensen. […]

Plotseling verscheen er een licht en in dit licht waren vele beelden zichtbaar. Ik zag dat de aarde allerlei situaties moest ondergaan. Ik zag dat er een grote oorlog kwam waaraan vele volkeren meededen, en vele mensen vonden de stoffelijke dood. Vervolgens zag ik een enorme aardbeving en de ene helft van de planeet leek te schudden en verzonk in een grote oceaan, en wederom zag ik vele mensen hun stoffelijk kleed afleggen. Daarna zag ik dat de zon een verandering onderging en dat de atmosfeer van de aarde niet langer bescherming kon bieden aan de vernietigende straling, en vele mensen hadden pijn in de vorm van zweren en verbrandingen, en stierven. Ik zag geweldige vulkaanuitbarstingen en een zee van vuur kroop over de aarde en alles in het pad ervan werd vernietigd. Als laatste kwam er een enorme meteoor die op aarde insloeg en enorme vloedgolven beukten in op het land en de atmosfeer was vervuld van stof en vuil.. De zon kon het oppervlak van de planeet niet meer bereiken en alles was dood. Lange tijd bleef het stil en winden woeien over de aarde en niemand kon er leven. Alle dierlijk en menselijk leven was verdwenen en er kon geen plant meer groeien. Het was erg lang stil en ik werd gedwongen naar het beeld te kijken. Na een lange tijd trok het stof op en de verwoeste aarde werd zichtbaar. Ze was niet langer te herkennen en de continenten zagen er anders uit. Er was land en water, maar alles was kaal en levenloos.

Op een gegeven moment werd mijn oog getroffen door iets vreemds. In het midden van de levenloze, dorre, grijze woestijn zag ik een klein plantje met twee groene blaadjes tussen de stenen. Op een van de blaadjes zat een klein kevertje (lieveheersbeestje) en ik stond er met enige verbazing en verdriet vermengd met vreugde naar te kijken. Plotseling klonk er een stem uit het licht die zei: ‘Dit is de toekomst, maar bedenk goed en onthoud het volgende voordat je dit in je opneemt. De stoffelijke toekomst van de mensheid is die van overgang, maar de geestelijke toekomst is er een van vernieuwing en groei. De aarde zal niet langer in haar oude vorm aan het leven dat je nu kent een plaats kunnen bieden. Dit is niet uniek en ligt immers besloten in het leven van het universum en je kunt dit iedere dag met een telescoop waarnemen op andere hemellichamen. Het is reeds vele malen gebeurd, ook op de aarde zelf, en de mensheid heeft dit reeds vele malen moeten ondergaan.

Het fysieke sterven van de mensheid is geen straf van God, maar slechts een noodzakelijke verplaatsing van de evolutie van het leven naar een nuttiger bestaansvorm. Het vernietigen van de stoffelijke vormen die je nu kent is geen dood, maar slechts een nieuw begin. Het plantje dat je zag duidt het nieuwe leven aan, en de nieuwe periode die volgt kan de mensheid gebruiken om nieuwe en grootsere dingen te leren, maar bovenal om de goddelijke liefde en de goddelijke geest te leren begrijpen die de mensheid deze kans geeft.

Of het plantje zal groeien op aarde of elders is niet van belang, want groeien zal het, dat is een belofte. Wanneer dit alles plaats zal vinden is ook niet van belang. Onthoud dit echter goed, het kan morgen zijn of over honderd jaar, maar ik zal geen enkele openbaring aan de mensheid geven over wanneer en hoe dit alles gebeuren zal. Wees gereed en waakzaam en blijf alert, want ‘ik kom als een dief in de nacht en ik zal voor je staan juist wanneer je het niet verwacht.’ Ik zal alleen waarschuwingen geven voorzover je dit nodig hebt en ik zal dit tevens doen aan ieder ander levend wezen die dit nodig heeft, in welke hoedanigheid dan ook en op dezelfde persoonlijke wijze. De optelsom van je zielenleven bepaalt echter welke waarschuwing je krijgt en dit betekent dat geen waarschuwing dezelfde zal zijn.
Beschouw alles niet als een wrede straf, want dat is het niet, maar als een hulpmiddel, gegeven in goddelijke liefde, om alles opnieuw en beter en gezonder op te bouwen. Het kaf moet nu van het koren worden gescheiden. De mensheid in de huidige stoffelijke vorm zal niet voortleven, maar de mensheid zal in de geest juist wel overleven en in een nieuwe stoffelijke vorm die schoon is, verder mogen en moeten gaan.’ […]

‘Men bepaalt zijn eigen toekomst. Dit betekent dat in werkelijkheid de ‘openbaringen’ in jezelf gezocht moeten worden en niet in de buitenwereld in enorme rampen en chaos. Elk mens draagt zijn eigen ‘openbaring’ namelijk in zich en in deze ‘openbaring’ staat de toekomst voor deze mensenziel beschreven.. Dit kan betekenen dat deze mens samen met vele andere mensen door een meteoor het leven zal verliezen, maar het kan ook zijn dat deze mens dit juist overleeft, omdat men hiertegen tijdelijk beschermd was. Begrijp je dit? De openbaringen zijn slechts mogelijkheden, maar de mens moet niet naar deze mogelijkheden kijken en dan bang worden. Men draagt zijn eigen ‘openbaring’ namelijk in zich. Zelfs op dit moment werkt de mensheid nog steeds aan die ‘totale optelsom’. Sommigen leren en anderen doen dit niet. Het is niet jouw zorg of zij dit wel of niet doen, want dat is hun eigen verantwoordelijkheid. Indien iemand hierom vraagt, kun je iemand de weg wijzen, maar de wereld kan noch door jou noch door iemand anders gered worden, en dat is ook niet de bedoeling. Men moet zichzelf redden en op het moment dat de mens dit begrepen heeft, verkrijgt hij of zij alle goddelijke hulp van het gehele hemelrijk. God is louter liefde, maar is geen zachte heelmeester. De weg door het vuur is er een van geestelijke loutering, dus heb geen angst voor het vuur, ook al lijkt het nog zo heet.’

Fragmenten uit het boek 'Eindtijd of overgang' van Jaap Hiddinga

Terug naar Het einde der tijden