Deel hoofdstuk 6 - Een droomwereld

 
Ik stapte uit bed en liep de donkere kamer in. Op de tast pakte ik de afstandsbediening en na de derde zapronde langs de televisiekanalen was mijn boosheid verdwenen. Mijn ogen vielen halfdicht en even later lag ik prinsheerlijk onder de wol. Langzaam voelde ik me weg­glijden, waarbij het leek alsof ik door de ruimte suisde. Ik was te moe om me erover te verbazen. Zeker teveel aan mijn hoofd gehad vandaag, was de laatste gedachte. Ik viel in een diepe slaap.
Ik zag mezelf in de auto zitten. Het landschap flitste aan mij voorbij. In de verte doemde een verkeersbord op: Amsterdam 22 kilometer. Ik schrok. Dit was het verkeersbord van vlak voor het auto-ongeluk. Mijn vingers knepen zich zo stevig in het stuur vast dat de knokkels wit opkleurden. Regendruppels spatten op de voorruit uiteen en in paniek zocht ik naar het knopje van de ruitenwissers. Het knopje was onvindbaar. Geleidelijk werd er een muur van water voor mijn ogen opgetrokken. Dikke zweetdruppels zochten een veilig heenkomen in de kraag van mijn jas. Waar is het rempedaal, ik moet stoppen, ik moet eruit. Help! Nietsontziend licht verblindde me en automatisch sloeg ik de handen voor mijn ogen. Ik zwiepte heen en weer, hoorde een luide knal en toen was er niets meer.
Nadat ik de handen voorzichtig voor mijn ogen had weggehaald, zag ik een enorme ravage op de snelweg. Mijn lichaam hing bewegings­loos in de gordel van mijn auto en uit een fikse hoofdwond stroomde bloed op mijn kleren en autobekleding. De voorruit was finaal aan diggelen. Een vrachtwagen had zijn neus in mijn achterkant geboord en stond schuin over de weg. De motorkap van mijn auto lag door de achterruit van mijn voorganger. Uit de vrachtwagen sprong een man tevoorschijn. Hij rende naar mijn auto en probeerde uit alle macht het portier open te rukken. Zijn pogingen waren vruchteloos. Overal waren mensen driftig met hun mobiele telefoon in de weer.Vol verbazing staarde ik naar dit tafereel.
Plotseling drong het besef door, dat ik geen deel uitmaakte van de scène maar er boven hing. Ik zweefde in de lucht en was toeschouwer van mijn eigen tragedie. Een onbehagelijk gevoel bekroop mij. Was ik dood? Ik keek om mij heen in de hoop lotgenoten te zien, maar helaas, er was niemand. Ik had mijn blik nog niet naar beneden gericht of ik werd me bewust van een kracht naast me. Ik keek opzij en zag een alsmaar sterker wordend lichtschijnsel. Uit het licht stak plotseling een hand naar voren, in mijn hoofd hoorde ik een geruststellende stem. ‘Kom, we gaan naar het licht, je wordt verwacht.’
De aanraking van zijn hand maakte me rustig en ik besloot gehoor te geven aan zijn uitnodiging. Aan het gebeuren onder mij kon ik toch niks veranderen, zoveel was mij inmiddels duidelijk.
Hand in hand suisden we door de ruimte. Ik sloot mijn ogen en gaf me over. 
Toen we tot stilstand kwamen opende ik ze weer. Het lichtschijnsel dat me hiernaartoe had gebracht was weg. Ik nam het vertrek waarin ik was nauwkeurig op. Alles was wit, niet helwit en pijnlijk voor de ogen, maar zacht. Alleen een bureau en een ligstoel sierden, samen met het bed waarop ik lag, de kamer. Ik herkende het niet, maar het voelde goed, vertrouwd op de een of andere manier.
Op dat moment verscheen er een man, zomaar uit het niets stond hij midden in de kamer. Zijn hele verschijning straalde licht uit. ‘Waar ben ik, wat is er gebeurd?’ wilde ik stante pede weten.Hij legde een hand bovenop mijn hoofd en zei: ‘Je bent in de hemel. Welkom.’ Een schok ging door mij heen. ‘Hemel? Ben ik dood?’ ‘Nee,’ antwoordde hij met een vriendelijke stem, ‘je bent niet dood, je lichaam leeft nog. Alleen hebben we je hier naartoe gehaald voor een speciale missie.’ ‘Missie? Waar hebt u het over?’ ‘Spreek me alsjeblieft aan met je en over de missie vertel ik je later, eerst moet je uitrusten en wennen aan de fijne atmosfeer hier.’ Ik schudde mijn hoofd. Van kinds af aan had ik het bestaan van een hemel ontkend. Hield deze man me voor de gek? Gewoonlijk zou ik razend zijn geworden, nu was mijn reactie net zo mild als de sfeer in deze bijzondere ruimte.
Ik vertrouwde de verschijning voor mij, of beter gezegd, ik gaf hem het voordeel van de twijfel.
Hij leek mij net in de veertig, zeer vitaal en goed gehumeurd. Zijn priemende ogen en brede grijns kwamen me bekend voor, maar ik had geen idee waarvan. Nieuwsgierig geworden informeerde ik naar zijn naam.‘Ik heet Jeomel en woon alweer 400 jaar onafgebroken in de hemel. Anders gezegd, het is voor mij 400 jaar geleden dat ik voor een heel leven op aarde ben geweest. Sindsdien ben ik hier en help ik de mensen op aarde.’Vol ongeloof staarde ik hem aan. Nooit had ik mij een voorstelling van de hemel gemaakt. Reeds op jonge leeftijd had ik mijn geloof in een hemels paradijs gestaakt. Mijn kindergeest kon de aardse ellende niet rijmen met het bestaan van een liefdevolle schepper. ‘Kan je bewijzen dat we in de hemel zijn?’ vroeg ik hem bedacht­zaam.Er verscheen een nog bredere grijns op zijn gelaat. ‘Jullie mensen geloven alleen als je iets ziet. Dat is nou precies jullie probleem.’ ‘Hoezo?’ ‘Door de beperkte opvatting van eerst zien dan geloven, zien jullie slechts een klein deel van de werkelijkheid. Heel veel mogelijkheden worden over het hoofd gezien. Maar goed, een bewijs.
Herinner jij je nog hoe ik de kamer binnenkwam?’
‘Tja, volgens mij was je er opeens en nu je het zegt, ik zie ook geen deur.’ Op dat moment verscheen er uit het niets een deur in de muur tegenover mij. Ik kon mijn ogen niet geloven. ‘Hoe doe je dat?’ ‘Heel simpel, met denkkracht. Alles wat wij in de hemel bedenken voltrekt zich terstond. Het vertrek waarin wij ons bevinden is onze gezamenlijke creatie. Dit proces van creëren of scheppen vindt ook op aarde plaats, zij het veel trager. De traagheid wordt veroorzaakt door de dichtheid van de aardse materie.’ ‘Hoe is het mogelijk?’ ‘Ik zal alles uitleggen en daarna ga je terug naar je lichaam op aarde. Rust lekker uit dan spreken we elkaar later weer.’ Na die woorden loste hij op in het niets.
Weer keek ik de kamer rond. Zou de deur echt zijn? Ik stond op en liep ernaartoe. Ik voelde me zo licht als een veertje, waardoor het lopen als vanzelf ging. Voorzichtig pakte ik de deurkruk beet. Het voelde vertrouwd aan. Een gedachte aan het openen van de deur was genoeg; door de ontstane kier kon ik naar buiten kijken. Een stralend groen gazon lachte mij toe. Ik duwde de deur helemaal open en zag dat het gazon deel uitmaakte van een fraaie tuin. Ik liep de stenen traptreden af de tuin in. De grassprietjes roken heerlijk en voelden zacht aan. Als een balletdanser verplaatste ik me naar het einde van het gazon waar een tuinbank stond. Ik ging zitten en keek rond. Aan mijn rechterkant stond een grote boom, aan de onderste tak hing een schommel. Links om de hoek van het huis zag ik nog net een stukje water.Dit zou net zo goed een kasteeltuin in Frankrijk kunnen zijn, alleen voelt het duizend maal lekkerder aan. Ik ontspande volledig door de betoverende geuren en kleuren. Ook al kon mijn hoofd nauwelijks bevatten waar ik was, het voelde heerlijk aan. Hemel? Missie? Wat stond mij te wachten? Was ik gek geworden? Droomde ik?
In een flits stond mijn gastheer weer voor mijn neus. Zijn afwezig­heid kon vijf minuten hebben geduurd, maar ook uren. Enig besef van tijd was mij hier volkomen vreemd. Ik had wel duizend vragen. Hij zag mijn vertwijfeling en zei geruststellend: ‘Wees gerust Lucas, al jouw vragen worden beantwoord.’ ‘Met jouw permissie wil ik er nu wel eentje stellen.’ Jeomel ging naast mij zitten en keek mij uitnodigend aan.‘Hoe is het met Fatima en mijn kind?’ ‘Maak je geen zorgen over het lot van jouw dierbaren, er wordt voor hen gezorgd. Misschien niet op de manier die jij in gedachten hebt, maar alles past in het hemelse plan.’ ‘En hoelang blijf ik weg?’ ‘In aardse tijd omgerekend precies zeven dagen. Je bent op tijd terug voor de bevalling, als je dat soms wilt weten.’ ‘En mijn vader?’ ‘Jouw vader is in de hemel, net als alle anderen die gestorven zijn. Later kan je hem ontmoeten als je wilt.’ Ik slikte een paar maal. De overtuigende toon waarop hij sprak deed mij berusten in mijn lot.

 '
Goed beste Lucas, we gaan beginnen. Ben je er klaar voor?’ ‘Ligt eraan wat je voor me in petto hebt.’ ‘Veel beste jongen, heel veel. Jouw komst is van groot belang voor de mensheid op aarde.’ ‘Hoezo?’ ‘Het leven op aarde bevindt zich in een overgangsfase. Na een lang­durige periode vol strijd is het tijd om de strijdbijl te begraven.’ ‘Daar merk ik anders niets van.’ ‘Elke overgang gaat met hevige en minder hevige schokken gepaard. Dit komt onder meer door de verwerking van oud zeer. Alvorens het nieuwe huis te kunnen betreden, moet het oude huis leeg en schoon worden opgeleverd. Dit proces van opschoning, waarin jullie je nu bevinden, gaat gepaard met verdriet en pijn. Maar weet, dankzij de turbulentie zullen steeds meer mensen hun ogen openen, steeds meer mensen willen veranderen en dat is niet voor niets. De mens moet zich opmaken voor een nieuwe wereld, want de oude wereld, met zijn bekende gewoonten en gebruiken, houdt op te bestaan.’ ‘Moet ik dat geloven?’ ‘Dit besef zal meer en meer doordringen bij de mensen.
Laat het me uitleggen. Hoeveel mensen zijn nog echt gelukkig met hun leven?’
‘Dat is toevallig. Deze vraag heeft mij ook beziggehouden de laatste tijd. Als je het mij vraagt steeds minder.’ ‘Juist. Mag ik jou nog wat vragen?’ Ik knikte. ‘Met welk bijbelvers sprak jouw vader je aan vroeger?’ ‘Dat vergeet ik nooit: Lucas 8 vers 16.’ ‘En waar slaat dit vers op?’ vroeg hij met zijn inmiddels vertrouwde glimlach op het gezicht. ‘Het had met een kaars of lamp te maken. In dit bijbelgedeelte staat iets over het licht dat we moeten ontsteken. Ik was mijn vaders licht in de duistere dagen na het overlijden van zijn vrouw.’ ‘Mooi, maar de betekenis is groter.’ Ik keek hem verrast aan.‘Weet je wat erin het volgende vers staat?’ ‘Geen idee, zo bijbelvast ben ik niet.’ ‘Dan vertel ik het, luister. ‘Want niets dat verborgen is blijft geheim; alles wat verborgen is zal bekend worden en aan het licht komen’. Dit vers, afkomstig uit jullie nieuwste bijbelvertaling, staat voor de fase waarin de mensheid zich nu bevindt.’ ‘Sorry, maar ik begrijp er niet veel van.’ ‘Het gaat om de intentie van jullie doen en laten. Op duister gerichte handelingen zullen plaatsmaken voor op licht gerichte handelingen. Oftewel, de mens gaat zijn licht weer verspreiden.’ ‘Hmm.’ ‘Wat is de drijvende kracht achter het gedrag van de mens, of in jouw terminologie gesproken, wat is de bron van hun inspiratie? Het vergaren van rijkdom, het bestrijden van andermans overtuigingen, het vernietigen van leven? Deze drijfveren gaan dood, deze bron van gedrevenheid droogt op. Hier worden jullie niet langer gelukkig van. De tijd van afbraak is voorbij en een tijd van liefdevolle schepping breekt aan.’ ‘En waar vinden we onze nieuwe inspiratiebron?’ ‘Niet buiten de mens, zoals in het verleden, maar in de mens. Het is een ontdekkingstocht naar het diep verborgen geheim in de mens.  Door met de aandacht van buiten naar binnen te gaan, leert de mens zichzelf weer kennen, door vervolgens grote schoonmaak in zichzelf te houden, ontdekt hij weer zijn ware aard. In hem liggen de nieuwe drijfveren te wachten. Om dit proces draait het thans op aarde.’
‘Wat versta je onder de ware aard van de mens?’ ‘Dat is aan de mens zelf om te ontdekken en te ervaren. Daar wil ik niet teveel over zeggen.’ ‘En grote schoonmaak?’ ‘Pijnlijke ervaringen in het verleden blokkeren de ware aard van de mens. Door die pijnlijke ervaringen te helen, worden de blokkades tussen jou en je ware aard weggenomen. De mens is tot veel meer in staat, de mens is veel grootser en liefdevoller dan jullie denken.’ ‘Bedoel je dit met het licht ontsteken?’ ‘Helemaal.’ ‘Heb je een voorbeeld van zo’n schoonmaakactie?’ ‘Denk aan de afspraak met Magda, aan het bange mannetje verstopt in het doosje en aan de trotse indiaan. Wie geeft er meer licht?’ ‘De indiaan. Hij laat zich leiden door zelfvertrouwen en hartstocht. Het zielige mannetje door angst en onzekerheid.’ ‘Exact. Het brandgat in de nieuwe vloerbedekking was het startsein voor een donkere periode in jouw leven; je durfde geen initiatieven te nemen uit angst voor bestraffing. Nu is die blokkade verdwenen en kan je van start gaan met de zoektocht naar jouw ware aard.’ ‘Het begint te dagen.’ ‘Ook jouw twee bijzondere dromen hebben blokkades opgeruimd.’ ‘De dromen over het kind van de zon en de jongen in het bos?’ ‘Ja. Het zonnekind staat symbool voor jouw grootsheid, de jongen in het bos voor zelfacceptatie. Die dromen hebben de sluiers over jouw grootsheid en zelfacceptatie weggenomen.’ ‘Dus ik heb al drie belangrijke stappen gezet in mijn zoektocht naar mijn lichte en liefdevolle aard. Zo had ik die gebeurtenissen nog niet geïnterpreteerd.’ ‘Naarmate meer mensen de oorzaak van hun ontevreden en onzekere gevoelens opschonen, zal het veranderingsproces op aarde sneller en gemakkelijker verlopen. Jouw generatie is verantwoordelijk voor de overgang naar de nieuwe tijd, dus is het belangrijk om te ontwaken en op zoek te gaan naar de diepverborgen schat.’
‘En ik?’‘Jij, beste Lucas, jij gaat een belangrijke bijdrage leveren.’‘Wat had u in gedachten?’ vroeg ik enigszins sarcastisch. ‘Door het verkondigen van jouw boodschap.’ ‘Mijn boodschap? Sorry hoor, maar ik heb geen boodschap.’ ‘Die leer je vanzelf formuleren.’ ‘Hoe dan?’ ‘Door naar je innerlijke stem te luisteren.’ ‘Is het niet eenvoudiger om mij een verhaal op de mouw te spelden, dat ik vervolgens ga rondbazuinen?’ ‘De waarheid zit niet in het hoofd, de waarheid wordt gevoeld. Als ik tegen jou zeg dat iemand onbetrouwbaar is, dan hoef je me niet te geloven. Als je bij hem in de buurt bent en al je haren gaan overeind staan, dan weet je het zeker. Weten heeft dus met beleving te maken, is op ervaring gestoeld. Weten heeft niks met de mening van anderen te maken. Bij de herinnering aan mijn woorden op aarde kunnen de twijfels eenvoudig toeslaan; binnen de kortste keren vraag je je af of het niet een droom was. Ervaar je het en leer je de boodschap zelf te formuleren, dan twijfelt er geen haar meer op je hoofd.’
‘Maar de mensen hebben het volste recht om me niet te geloven. En waarschijnlijk doen ze het ook niet.’‘Je moet ze niets voorkauwen, je moet ze aansporen op onderzoek uit te gaan.’‘Klinkt al iets redelijker.’‘Iedereen die nu op aarde is, draagt de herinnering met zich mee aan de omwenteling van de oude naar de nieuwe aarde. Het is aan jou om die herinnering te laten ontwaken. En met behulp van jouw licht zal dit zaad der herinnering in de openbaarheid komen. Werk aan de winkel, Lucas.’ ‘Waarom ik? Kunnen jullie niemand anders uitkiezen?’ ‘Jij bent een heel oude ziel die speciaal naar de aarde is gekomen om de mensen te helpen. Reeds vele malen heb jij een bijdrage geleverd aan de ontwikkelingen op aarde. Soms heb je de geschiedenisboeken gehaald, soms niet.’ ‘Ik ben maar een doodgewone lieve jongen.’ ‘Dit is precies wat er wordt verwacht van jou; geen opgeblazen ego met franjes, maar gewoon jezelf zijn, niet meer en niet minder dan dat.’ ‘Je vraagt nogal wat. Heb ik bedenktijd?’ Jeomel schudde zijn hoofd en zei: ‘Je krijgt hulp.’‘Hulp, van wie?’ ‘Van ons.’ ‘Hoe dan?’ ‘In de vorm van gebeurtenissen. Er vinden voorvallen in jouw leven plaats die de herinnering aan de boodschap activeren. Het is aan jou om de gebeurtenissen te zien en te interpreteren.’ ‘Waarom zo omslachtig, waarom gebeurt het niet gewoon?’ ‘In ieder mens schuilt het goddelijke én vrijheid van keuze. Iedereen kan in zijn leven besluiten om de goddelijke vonk aan te wakkeren, of om de vonk te smoren. Het verschil tussen leven in licht, liefde en verbondenheid of leven in duister, angst en afgescheidenheid. Gods liefde kan alleen over aarde stromen als de mens zich openstelt, als de mens verkiest te leven in het licht.’ ‘Dus de hemelse krachten werken niet voor of tegen de mens, maar door de mens heen.’ ‘Ja, door de mens die zijn licht heeft ontstoken. Hult de mens zich in duister, dan stopt de liefdevolle stroom. Het is dus van groot belang dat de mens zijn lichtvonk gaat aanwakkeren.’ ‘Door het halen van de bezem door zijn oude leven, waardoor zijn ware aard weer tevoorschijn kan komen, zijn aard die nieuwe en liefdevolle inspiratiebronnen bevat.’ ‘Precies. En dat kan in zeven stappen.’ ‘Zeven maar?’ ‘Ja en jij bent hier om jouw hemels licht te activeren, waardoor je de boodschap optimaal kan gaan uitdragen.' Dit gezegd hebbende, legde Jeomel zijn handen op mijn ogen. Het beeld sloeg in een keer om in een sneeuwstorm, alsof ik naar een kapot televisietoestel staarde. Na enige tijd keerde het scherpe beeld terug, een beeld vol wonderschone vormen en kleuren. Intussen vulde een liefdevolle stem mijn hoofd.
 
Er ontstaat een witgouden energie in jouw hart, in een zespuntige ster.En die gaat stromen en stromen, stralen en stralen.Je merkt dat de ster, al draaiende in jouw hart, groter en groter wordt. De ster staat nu helemaal in je lichaam. Een punt gericht naar de aarde, een punt gericht naar de kosmos. En het wordt nog groter en groter, het staat helemaal in je aura, en nog groter en groter. Jouw prachtige ster vermengt zich met mijn steren samen worden we een grote zielenenergie. Jouw hart is verbonden met mijn hart, jouw ziel is verbonden met mijn ziel, jouw gronding is versmolten met mijn gronding. Jouw verbinding met het universum is een met mijn verbinding. Samen zitten we in een prachtige stroom van liefde.  

Een grote poort van licht opent zich. Duizenden engelen in turkooizen licht komen naar jou toe. Ze staan helemaal om jou heen; ze zijn zacht en liefdevol. Voel dat deze engelen speciaal vandaag naar jou toekomen,om jou helemaal te openen, vooral jouw hart der harten. Om jouw nieuwetijds hartchakra te openen voor het prachtige licht in jou. En ze komen om jou heen staan, hun witturkooizen vleugels spreiden zich uit. Je voelt je omhult met hun licht. Voel hun stralende energie naar jou toekomen. Ontvang die liefdevolle stroom in jouw hart der harten. Merk dat jouw nieuwetijds-hartchakra zich verder opent voor het licht uit het universum. Jouw hart opent zich meer en meer. Zie dat een engel naar jou toekomt, om jouw nieuwe hartchakra aan te raken. Terwijl dat gebeurt voel je de warmte en de straling van het turkooizenlicht binnenkomen in jouw hart der harten.En jouw hart der harten opent zich als een stralende bloem van licht, blaadje voor blaadje, blaadjes vol onvoorwaardelijke liefde. Ze openen zich op je borstbeen en aan de achterzijde.Voel dat tussen je schouderbladende vleugelen van licht zich bevrijden.En er komt een andere engel helpenom de vleugelen van licht helemaal te openen.De energiegolf maakt de hoogste liefdesfrequentie in je vrijen laat de schoonheid in jou naar buiten stralen.

Voel dat je door een tunnel van licht gaat en zie aan weerszijden engelen staan. Telkens als je voorbij een engel komt, kan je een deel loslaten en aan de engelen geven. Zij zullen die energie oppakkenen door het witte licht laten verpulveren. Voel de reinigende werking van deze prachtige tunnel van licht. Jouw vleugels groeien en groeien in kracht. Aan het einde van deze tunnel staat een open ronde poort, met daarin regenboogkleurig licht dat naar beneden stroomt. Voordat je daar bent laat je de laatste stukken los, die jou afhouden om te mogen zijn wie je werkelijk bent. Jouw kracht, jouw innerlijke kracht, is helemaal aan het opbloeien. Je voelt dat die kracht ergens voor dient, dat die kracht nodig is om jouw hemel op aarde neer te zetten, op de plek waar jij woont en op de plek waar jij werkt. Je wandelt door de regenboogkleurige tunnel, de poort. Je voelt je opgevuld worden met zacht en liefdevol licht.

En terwijl je door die poort gaat,
kom je in een grote open ruimte van transparant licht. In de verte komt er een silhouet naar je toe, een persoonlijkheid in gouden licht. En als dat gouden licht dichter en dichterbij komt, zie je de contouren van die persoonlijkheid. Je ziet dat het een mannelijke gedaante is, met een goudkleurig kleed tot op zijn voeten en een ceintuur van prachtig stralend licht om zijn middel. Hij kijkt naar jou met zijn diepbruine ogen. Je voelt zijn warmte en zachtheid, je ziet zijn golvende bruine haren tot op zijn schouders. Maar vooral zijn zachtheid is zo sterk en krachtig. En zie dan de energie van Sananda voor jou. Sananda, een prachtig lichtmens. Zie dat deze persoonlijkheid jou komt helpenom je te verbinden met de nieuwe aarde energie. Om de hoge trillingen van licht, die jij heel gemakkelijk op kan halen in het universum, te gronden in de aarde, te geven aan de mensen, aan de planten, aan de dieren en de mineralen. Daardoor zullen ze om jou heen veranderen in frequentie. 

Maar allereerst zal jij veranderen in energie.
Ieder jaar op 21 december zal Sananda sterker dan ooit door jou heen stralen. Zijn licht zal door jouw hart-der-harten naar buiten schijnen, naar alles en iedereen om jou heen. Jouw kracht wordt sterker, ieder jaar opnieuw.Voel deze trillingen van licht nu dwars door je heen komen en versmelten met jouw energie. Merk hoe zacht en goed de energie van Sananda is, de energie om een hemel op aarde te brengen. Om de energie van de nieuwe aarde alvast op aarde te brengen en daarmee de aarde op te tillen in frequentie.Voel dat deze trilling nu heel sterk door je heen komt, dat Sananda’s prachtige gouden licht nu helemaal door je heen stroomt.

Merk dan dat er nog een prachtige gedaante dichterbij komt.
Een stralende engel van licht, vol zachtheid met zijn zachtgroene licht. En terwijl hier aartsengel Rafaël bij jou komt, met zijn zachte liefdevolle trilling, voel je letterlijk dat zijn licht helemaal door jou heen straalt. Hij zal jou helpen om de mensen in hun hart te helen, hij zal jou helpen om de dieren, de planten en de steenwezens te helen. Jij zal stralen, via jouw vleugelen van licht, naar jouw omgeving. Via jouw hart-der-harten zal het stromen naar het hart van de ander en met de dag zal het sterker en sterker worden. En je zal merken dat rond 2008de trillingen van aartsengel Rafaël en Sananda sterker door jou heen stromen dan eerst. En je zal het zijn: een lichtbundel, een lichtbron. Zodat al die mensen die naar de nieuwe aarde gaan door deze lichtbron kunnen worden aangeraakt. Je zal hen helpen die stap te durven zetten, in de vernieuwende energie. Jij zal hen helpen hun oude pijn af te wassen, zodat ze het lef en de moed hebbenom de stap naar de nieuwe aarde te zetten. 

Voel de trillingen van wijsheid en liefde door jou heen stromen. Voel vooral de zachtheid van aartsengel Rafaël,die je allereerst wil helpen om jouw eigen pijn totaal te verzachten en weg te laten stromen. Jouw oude verdriet, dat heel diep in je opborrelt, los te kunnen laten en weg te laten stromen. Jij mag helemaal zijn wie jij bent. Ooit, in het verleden, hebben ze zeer op je hart getrapt en dat stuk wordt helemaal geheeld door aartsengel Rafaël. Gun hem de tijd om jou te mogen helpen. Als je het nodig vindt en nodig hebt,roep hem dan vanuit je hart-der-harten.Hij zal bij jou zijn met zijn zachte liefdevolle vleugelen van licht. Iedere avond als jij naar bed gaat, kan jij contact maken met hem.Vraag of hij zijn helende vleugelen om jou heen wilt zetten, zodat liefde, vreugde en dankbaarheid in jouw hart mogen komen. Dan voel jij die zachte vleugelen van licht om je heen komen. Je voelt je letterlijk in een bed van zachte veren liggen. Je voelt je gewiegd en gedragen en je voelt dat jouw verdriet, jouw oude pijn, jouw oude stuk van niet gezien worden, jouw tere hart geheeld wordt.

En voel dat alle pijn mag wegstromen in de aarde.
Aartsengel Rafaël wiegt en koestert je in zijn vleugelen van licht. Hij weet dat deze vleugelen van licht een thuisgevoel oproepen. Hij weet ook dat wanneer de pijn weg is en het verdriet opgelost is, jij de kracht zal oppakken om deze energieën uit te laten stromen, in de aarde en naar de mensen die ook zo’n verdriet en pijn hebben. Jij begrijpt ze tot in het diepst van jouw wezen, omdat je die pijn ook hebt gehad, het verdriet ook hebt gekend. Het verlangen om naar huis te gaan is zo groot, maar het verlangen is nog groter om je totaal te verbinden. Daarom is aartsengel Rafaël steeds bij jou om te helpen, om jouw zachte trilling, jouw liefdevolle hart dieper in te gronden in jouw lichaam. Omdat jouw lichaam de tempel is, waarmee het kan worden verbonden met de aarde, omdat de hemel op aarde zo in de aarde kan gronden. En aartsengel Rafaël geeft jou de hulp en zachtheiden laat je wiegen in zijn liefdevolle armen.Zijn trillingen, zijn vleugelen van licht voel je om je heen. Laat je meedeinen in zijn zachtgroene liefdevolle energie. 

En aartsengel Rafaël en Sananda zullen je begeleiden,totdat het tijd is om de aarde op te tillen in een hogere dimensie van licht, totdat het tijd is om over te stappen naar de nieuwe aarde. En de hemel en de aarde zullen elkaar in jouw lichaam ontmoeten en kussen. Jouw hart zal een explosie van liefde zijn. Vanuit jouw hele wezen zal de schoonheid, de liefde, de dankbaarheid, de harmonie en het respect uitstralen naar alles om jou heen. En de wereld die met jou meewandelt,al die mensen en deva’s, nimfs en elfen, zullen je dankbaar zijn omdat je de moed en het lef hebtom al deze energieën in te gronden in Moeder Aarde. Omdat je de moed en het lef hebt om het pad te lopen dat ook jouw hart zoveel pijn heeft gedaan. En vanuit een diepe dankbaarheid dankt het hele universum jou voor alles wat je doet op aarde. De engelen zullen met je wandelen, ze zullen samen met jou de weg bewandelen naar de nieuwe aarde. Samen zullen jullie de woorden van liefde fluisteren. Amen.’ 

Deze magische reis had eeuwig mogen duren. De woorden zweefden door mijn hoofd, haast onverstaanbaar maar vol liefde uitgesproken, als in een hemels gebed. Langzaam werd ik mij gewaar van een hand op mijn bovenbeen. Ik knipperde met mijn ogen en herkende de man naast mij. Jeomel keek me gemoedelijk aan en vroeg: ‘Hoe voel je je?’ Ik antwoordde met een brok in mijn keel: ‘Dit was zo mooi, ik kan het nauwelijks bevatten.’ ‘Wat niet?’ ‘Mijn hemelse opdracht: het helpen van de aarde en de mensheid.’ ‘De herinnering komt, wees niet bang. Jouw stralende liefde wordt voelbaar, twijfel niet. Weet, je staat er niet alleen voor, steeds meer mensen ontwaken en samen plaveien jullie de weg naar de nieuwe aarde.’ ‘Weet je wat voor gevoel er nu overheerst in mij?’ ‘Nou?’ ‘Het gevoel van dankbaarheid. Ik ben dankbaar dat ik dit mag doen.’ ‘Geniet maar lekker na, straks ga je terug naar je lichaam op aarde,’ en weg was mijn hemelse begeleider. Moest ik blij zijn met zijn laatste woorden? Ik sloot mijn ogen en projecteerde de fraaie beelden een voor een op mijn gedachtescherm. Ze kwamen allemaal langs: de regenboogkleurige poort, de engelen, de gouden verschijning Sananda en aartsengel Rafaël. Bij elk beeld voelde ik een warme golf energie door mij heen stromen. Tranen van geluk biggelden overvloedig over mijn wangen. Zou ik de beelden in mijn herinnering kunnen oproepen straks op aarde?
Ik veegde mijn wangen droog en opende mijn ogen. Jeomel was in geen velden of wegen te bekennen. Daarop besloot ik naar het water te gaan. Ik danste over het gazon en een paar tellen later stond ik oog in oog met het hemelsblauwe water van een meer. Het water reikte tot zover mijn ogen het toelieten. De rimpelloze poel des levens had een grote aantrekkingskracht op zijn bewonderaar. Net toen ik mijn rechterteen als eerste het genoegen wilde schenken, werd ik mij gewaar van een lichtbal in de verte. Met enorme snelheid kwam de vurige bal op mij afgevlogen. Automatisch kneep ik mijn ogen dicht, maar er gebeurde niets. Bij het optrekken van mijn oogleden zag ik op een paar meter afstand een prachtige engel blootsvoets boven het water zweven. Haar krachtige verschijning leek op het Amerikaanse vrijheidsbeeld. Ik voelde mezelf ineenschrompelen en in een luttele seconde was ik veranderd in een pasgeboren baby, die nog met de navelstreng vastzat aan de moeder. Een navelstreng van puur licht. Zij is mijn moeder, zij is de moederschoot van waaruit ik geboren ben en waarin ik na het aardse leven zal terugkeren.Op dat moment zag ik het boek onder haar arm. Intuïtief wist ik dat hierin al mijn geheimen waren opgetekend. In gedachten vroeg ik haar of ik het boek mocht inzien. Zij reageerde niet, het boek bleef in haar bezit. Ze omhelsde me innig en verdween zonder een woord te zeggen, precies zoals ze was gekomen, in een bal van licht. Met gemengde gevoelens staarde ik de lichtflits na. Ik was blij dat ik de liefdevolle kern van mijn wezen had mogen aanschouwen, helaas was de tijdsduur te kort. De navelstreng was met het blote oog niet meer te zien, maar de verbondenheid voelde ik nog in al mijn cellen. Waarom heeft ze me mijn levensboek niet geschonken?

Een bekende stem haalde me terug in het hier en nu. Jeomel zat op het tuinbankje en riep mij. Ik zweefde naar hem toe en vertelde in grote staat van opwinding over mijn ontmoeting. Ik eindigde met de prangende vraag over het boek.
Jeomel toverde zijn vertrouwde glimlach tevoorschijn. ‘Het leven Lucas, leer je niet uit boeken. Boeken wijzen hoogstens een weg. De lezer wordt slechts een blik gegund in een keuken des levens. Jij zal zelf, met jouw doen en laten, het levensgerecht moeten bereiden en wel met de aangereikte ingrediënten. En koks die overtuigd zijn van hun kunsten openbaren het geheim van hun hemelse gerechten in een boek of op televisie tegenwoordig. Misschien jij ook wel op een dag.’ Na het uitspreken van deze woorden veranderde zijn glimlach in een geheimzinnig lachje. Voordat ik mijn volgende vraag kon af­vuren, zei hij: ‘Mooi, dan zijn we nu aan het einde gekomen van je verblijf hier.’ ‘Ga ik nu al terug? Ik ben maar eventjes geweest.’ ‘Tijd bestaat niet in de hemel Lucas, en al helemaal geen lineaire tijd.’ ‘Mag ik nog wel een vraag stellen voor ik terugga?’ ‘Natuurlijk,’ klonk het uit zijn mond. ‘Wat is de zin van dit alles?’ Jeomel begon te lachen. ‘Het antwoord is niet eenvoudig te begrijpen, aangezien de mens ver is afgedreven van de geestelijke bron. De mens heeft zich zo stevig in de materie vastgebeten dat de geestelijke kant van het leven in de vergetelheid is geraakt.’ ‘Wat is de geestelijke bron, de geestelijke kant van het leven?’ ‘De geestelijke kant van het leven is de tegenhanger van de tastbare aardse materie, de plek waar de ziel van de mens huist.’ Zonder mijn reactie af te wachten, ging hij door. ‘Zielen, ooit voortgekomen uit de Goddelijke bron, gaan vele malen naar de planeet aarde om te leren. Het aardse leven is een ervarings­school voor de menselijke ziel. In al haar incarnaties baant ze zich een weg door een woud van ervaringen. Dankzij de tegenstellingen op aarde leert ze omgaan met de keuzevrijheid die haar gegeven is. Telkens wordt ze uitgedaagd om een keuze te maken; hoe reageer ik op de gebeurtenissen in mijn leven en wat voeg ik toe aan het aardse leven? Voor het verkrijgen van aardse levenslessen maakt de ziel gebruik van een lichaam en het denkvermogen. Het lichaam is haar fysieke voertuig, het denkvermogen haar keuze-instrument.’ ‘Wanneer is de ziel uitgeleerd op aarde?’ ‘Als de mens op aarde het bestaan van zijn ziel weer herinnert, als de mens de sluiers tussen zijn aardse beleving en geestelijke bron opzij schuift, als hij ervoor kiest zijn gedrag te laten ingeven door de ziel.’ ‘En dan?’ ‘Dan komt ze alleen nog terug op aarde voor speciale missies. Weet dat er thans veel oude zielen op aarde zijn om te helpen bij de grote transformatie. Het is tijd om die zielentaak op te pakken.’ ‘Maar waarom een nieuwe aarde?’ ‘De menselijke ziel is toe aan nieuwe lessen, aan meer geestelijke uitdagingen. De oude aarde met haar dichte materie is hiervoor niet geschikt.’ ‘Hoe overbruggen we de kloof tussen de oude en de nieuwe aarde?’ ‘Door in te zien dat jullie zelf de brug zijn; jullie zijn de brug naar de nieuwe aarde.’ ‘Door de herinnering aan onze geestelijke afkomst te activeren.’ ‘Precies.’ ‘Ik was diep onder de indruk van zijn woorden en zei zachtjes: ‘Zo heb ik het leven nog nooit beschouwd.’ ‘Voor je vertrekt, wil ik je nog één ding duidelijk maken: niemand is slecht. Schuld en schaamte bestaan niet. Met die termen is al teveel kwaad aangericht. De mens is op aarde om te leren en fouten maken hoort erbij. Niemand hoeft zich schuldig te voelen. Neem je gewoon voor te leren van je fouten, doe het een volgende keer anders, meer niet. Het gaat, zoals gezegd, om de intentie, om de bron van jullie doen en laten.’ ‘Ik vind het zeer boeiend. Mag ik niet wat langer blijven?’ ‘Dat gaat niet, er zijn belangrijke dingen te doen.’
Jeomel legde zijn handen op mijn ogen en weer begon het beeld te vervagen. Met tegenzin sloot ik mijn ogen. Plotseling schoot God in mijn gedachten. ‘Wacht even, ik heb nog een belangrijke vraag. Hoe past God in dit alles?’ Mijn woorden klonken als een echo. In paniek opende ik mijn ogen. Ik strekte mijn armen uit naar Jeomel maar graaide in het luchtledige. Mijn houvast was verdwenen. In de verte hoorde ik zijn stem. ‘Je komt God tegen op aarde.’ ‘Hoe dan, waar dan?’ schreeuwde ik nu buitenzinnen. ‘Zeven stappen,’ waren de laatste woorden die ik opving. Ik zakte weg, dieper en dieper, net zolang tot ik het gevoel kreeg als een komeet door de ruimte te zweven, op weg naar, tja waar naartoe eigenlijk? 

Terug naar Het geheim van mijn ziel